Kinrooi (Kinder)
Op de noordelijke flank van het Oude Maaslandse plateau ligt Kinrooi, gedeeltelijk Maaslands, gedeeltelijk Kempisch van aard. Plaatsnaamkundig is de benaming op te splitsen in het Middelnederlandse roe, roede en rode. De betekenis van het achtervoegsel rooi wijst op het rooien van bomen. Dit rooien brengt ons tot het tweede deel “kin”. Het zou een oud-Frankisch woord zijn dat spar of pijnboom betekent. Kinrooi heeft aldus zijn naam te danken aan een plaats waar sparren of pijnbomen gerooid werden. De vergelijking kan gemaakt worden met het nabije Tungelroy, Stramproy en Gruitrode.
Er kan moeilijk bepaald worden wanneer voor het eerst mensen verbleven op dit grondgebied. Nochtans kan met zekerheid aangenomen worden dat deze plaats vrij vroeg bewoond werd. De batven wordt als een typische omgeving beschouwd waarin de Oude Belgen een verblijfplaats hadden. Even verderop werden op Brenjersheide verscheidene urnen, pijl- en bijlpunten opgegraven.
In 1474 begunstigde landsvrouwe Katrijn van Kessenich, na mislukte kluizenaarspogingen, een kloosterstichting. Eerst van de paters en later van de zusters van de orde van het Heilig Graf. De kloosterzusters verbleven er tot aan de Franse revolutie en weken dan uit naar het veiliger Maaseik. In 1881 keerden zij naar Kinrooi terug.
Als zelfstandige gemeente heeft Kinrooi zijn ontstaan te danken aan de Omwenteling van 1830 en het Traktaat van Londen van 1839. Dit traktaat zorgde ervoor dat het toenmalige Verenigd Koninkrijk der Nederlanden in twee staten, België en Nederland, werd gesplitst. Voor die tijd behoorde het huidige grondgebied van Kinrooi tot de drie omliggende gemeenten. De wijken Bomerstraat en Broekhoek tot Neeritter, de Hagendoren tot Ophoven en het overige gedeelte tot Kessenich.